Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.
4.3. Het Hof stelt voorop dat de regresvordering uit borgtocht civielrechtelijk ontstaat op het moment waarop de borgtocht wordt overeengekomen. Er is op dat moment sprake van een bestaande vordering onder de opschortende voorwaarde van betaling door de borg. De regresvordering uit borgtocht is derhalve geen toekomstige vordering die eerst ontstaat op het moment van betaling door de borg (HR 3 juni 1994, LJN: ZC1386, NJ 1995, 340; HR 3 mei 2002, LJN: AD 9618, NJ 2002, 393; HR 9 juli 2004, LJN: AO7575, NJ 2004, 618). (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 64556 tot 65097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f | shasum -a 256