Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Alinea 182 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.
4.4. Naar de bewoordingen van artikel 3.92, lid 2, aanhef en onderdeel a, onder 1°, van de Wet beoordeeld, is derhalve vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst van borgtocht wordt gesloten sprake van het hebben van een schuldvordering in de aldaar bedoelde zin. Het Hof ziet geen aanleiding om voor het antwoord op de vraag of sprake is van het hebben van een schuldvordering aan te sluiten bij andere dan civielrechtelijke uitgangspunten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 65117 tot 65572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f | shasum -a 256