Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.
2.7 De Rechtbank is, op basis van hetgeen is opgemerkt in de parlementaire geschiedenis bij de Wet IB 2001, van oordeel dat het optreden als borg niet gelijkgesteld dient te worden met het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen waarop in het kader van de borgstelling een zekerheidsrecht wordt gevestigd. Naar het oordeel van de Rechtbank is niet doorslaggevend het moment waarop civielrechtelijk de regresvordering van de borg op de hoofdschuldenaar ontstaat, maar het door de wetgever gekozen, economisch ingegeven, moment.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 10687 tot 11236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f | shasum -a 256