Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.
Het wetsvoorstel voorziet niet in de mogelijkheid dat tijdens de cassatieprocedure een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend. De behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening behoort naar onze mening niet te worden opgedragen aan de cassatierechter. Het uitspreken van een schorsing of het treffen van een ordemaatregel past niet in het cassatie-instituut. Dat doet de vraag rijzen of voor de president van het gerechtshof een taak moet worden weggelegd, wanneer het bodemgeschil aanhangig is bij de Hoge Raad. Wij beantwoorden die vraag ontkennend. Uit procedureel oogpunt is zo'n oplossing niet fraai. Zij is ook niet nodig. Wij hebben er al op gewezen dat de behoefte aan een voorlopige-voorzieningsprocedure tijdens de beroepsprocedure bij het gerechtshof naar verwachting bescheiden zal zijn. De gevallen waarin die behoefte zich doet gevoelen bij de cassatieprocedure - als die behoefte al zou bestaan - zullen zeer schaars zijn. Bovendien wijzen wij erop dat het gerechtshof op de voet van artikel 8:72, zesde lid, Awb kan bepalen dat een voorlopige voorziening vervalt op een later tijdstip dan het tijdstip waarop het uitspraak doet. Wij concluderen dat er geen leemte in de rechtsbescherming is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 18169 tot 19415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f | shasum -a 256