Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.
Bij de beoordeling van de vraag of een voorlopige voorziening moet worden getroffen zal de rechtbank op dezelfde wijze te werk gaan als de president bij zijn beoordeling in het kader van de toepassing van artikel 8:81. De jurisprudentie met betrekking tot titel 8.3 zal dus ook van grote betekenis zijn voor de rechtbank bij gebruikmaking van haar nieuwe bevoegdheid. Het (nieuwe) artikel 8:72, vijfde lid, houdt in dat in dat geval de rechtbank de bevoegde rechter is voor het treffen van een voorlopige voorziening in plaats van de president. Voor het toetsingskader maakt dit echter geen verschil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 23373 tot 23986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f | shasum -a 256