Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202.

5.8 Uit de onder 5.7 weergegeven bevinding volgt mijns inziens dat in de gevallen, zoals het onderhavige, waarin artikel 28, lid 7, AWR van toepassing is, de rechter in zijn uitspraak niet tot een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:72, lid 5, Awb kan besluiten. Een belanghebbende die enigerlei voorziening wenst, zal derhalve een verzoek tot de voorzieningenrechter moeten richten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d448d97069046597a2845b9105128dda9fd25ed6bb70ee64d742e714e5cc2f, en de alinea staat in dat document op bytes 35240 tot 35649.