Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2518.

4.3. In aanmerking genomen dat de verdachte in de onderhavige zaak louter is veroordeeld ter zake het onder 2 tenlastegelegde 'opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van 4,06 gram cocaïne' (en reeds in eerste aanleg was vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde 'dealen' van cocaïne), acht ik 's hofs oordeel voor zover inhoudende dat de verdachte het inbeslaggenomen geldbedrag grotendeels heeft verkregen door middel van het onder 2 bewezenverklaarde feit niet zonder meer begrijpelijk. Zonder nadere motivering, welke ontbreekt, valt immers niet in te zien hoe de verdachte met het enkele aanwezig hebben van genoemde hoeveelheid cocaïne bedoeld geldbedrag heeft verkregen.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d97fc87e5389aea8e6c7f351ded6347d32de12ec275934e46960fffef0fb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d97fc87e5389aea8e6c7f351ded6347d32de12ec275934e46960fffef0fb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 17539 tot 18247.