Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2012

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6397.

6 Zie: J. de Hullu, Materieel strafrecht, 4e druk, p. 179 en de noot van Y. Buruma bij HR 13 juni 2006, LJN AV8535, NJ 2007/48. Vgl. ook HR 30 september 2003, LJN AF9666, NJ 2005/69. Daarin achtte de Hoge Raad de stelling dat, voor het aannemen van het oorzakelijk verband tussen het nalaten en de dood in de gegeven omstandigheden, uitdrukkelijk door het gebezigde bewijsmateriaal de mogelijkheid zou moeten worden uitgesloten dat het slachtoffer ook bij tijdig inschakelen van medische hulp zou zijn overleden, niet juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6f571c88927e4ab70ec62e4a552330ce326d33ca5675c285e3c9816435a6ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6f571c88927e4ab70ec62e4a552330ce326d33ca5675c285e3c9816435a6ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 29413 tot 29950.