Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6458.
8. Het hof gaat nadrukkelijk uit van de opvatting dat de bewijsminimumregel er niet aan in de weg staat dat het daderschap van de verdachte kan worden aangenomen op basis van één bewijsmiddel. Aan die opvatting wordt in dit geval in de woorden van het hof concreet gevolg gegeven: "Dat is wat het hof doet". Ik meen dat de opvatting van het hof berust op een onjuiste uitleg van de meermalen door de Hoge Raad gebezigde vooropstelling (zie hiervoor onder 5) aangaande het bewijsminimum. Het hof ziet daderschap in dit verband kennelijk als één van de onderdelen van de bewezenverklaring die desnoods op één bewijsmiddel kunnen berusten, mits die bewezenverklaring als geheel op meer bewijsmiddelen is gebaseerd die in samenhang voldoende zijn. Maar volgens de vooropstelling, zoals ik daaraan betekenis hecht, kan het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan (lees: daderschap) niet zonder meer worden aangenomen op de verklaring van één getuige, ook in het geval overigens wel voldoende vast staat dat het feit het slachtoffer is aangedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3, en de alinea staat in dat document op bytes 11583 tot 12651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3 | shasum -a 256