Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6458.
10. Ik heb geaarzeld of het middel moet stranden omdat het bewijs van daderschap van de verdachte voldoende steun vindt in ander bewijs, waardoor de aangevochten rechtsopvatting relevantie mist. Daartegen pleit echter dat de formulering van de opvatting van het hof, zoals hiervoor ook is aangegeven, zo robuust is neergezet als toereikend fundament van de bewijsconstructie voor het daderschap. Dat vraagt om een oordeel over de deugdelijkheid van die rechtsopvatting. Ik concludeer dat de beoordeling van het bewijs van het daderschap van de verdachte niet aan de hand van de juiste maatstaf aangaande het vereiste bewijsminimum heeft plaatsgevonden. Het middel slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3, en de alinea staat in dat document op bytes 14784 tot 15468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd27ffa0b0ec7e3d9243af496d721947f7239858830c901970d48ed0c6d659d3 | shasum -a 256