Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6553.

5.3. De steller van het middel verwijt het hof dat het bij de verwerping van het verweer niet heeft betrokken hetgeen de advocaat heeft aangevoerd met betrekking tot de eisen van een eerlijk proces. Die eisen brengen mee dat het OM de verdachte de mogelijkheid biedt van een tegenonderzoek. Daarop heeft, aldus de steller van het middel, het hof niet gereageerd. Voorts is inhoudelijk ook het een en ander op de redenering van het hof aan te merken. Het hof geeft de voorkeur aan het onderzoek van dr. Van de Goot van het NFI omdat de deskundigen van de Universiteit van Tennessee zich slechts hebben kunnen baseren op stukken die de verdediging heeft aangeleverd, maar heeft daarbij onder de mat geveegd dat deze deskundigen slechts een beperkt onderzoek hebben kunnen doen omdat de beslissing van 5 september 2006 van de officier van justitie de verdediging de mogelijkheid van een toereikend tegenonderzoek van de stoffelijke resten van het slachtoffer nu juist heeft ontnomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854d0eee7ac02484c2bfb9e7aa04ad10eeae605f2defa6bd61ad59e95f07e94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854d0eee7ac02484c2bfb9e7aa04ad10eeae605f2defa6bd61ad59e95f07e94, en de alinea staat in dat document op bytes 25448 tot 26441.