Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012
Alinea 239 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6947.
64 In 1996 voorziet Wessels de dan net in werking getreden ABV 1995 van commentaar, i.h.b. art. 18 en het daarin neergelegde volmachtbeding. In art. 18 leest hij niet dat de bank "onherroepelijk" is gevolmachtigd. Het is volgens hem een voor cliënten voorzienbaar belang van een bank om voor verstrekt krediet een pandrecht in algemene voorwaarden te bedingen. Dat lijkt hem niet onredelijk bezwarend. De volmacht-constructie schijnt hem evenwel dit belang te overstijgen en is zo verborgen in de ABV dat het ook verrassend is, aldus B. Wessels, Nieuwe algemene bankvoorwaarden, TvI 1996/1, p. 1-2. Zie ook B. Wessels, Algemene Bankvoorwaarden 1996 van kracht, Bank- en effectenbedrijf 1996, p. 34-35. Deze bezwaren heeft hij kennelijk opzij gezet nu hij de totstandkoming van de ABV 2009 heeft voorgezeten en de bank daarin onherroepelijk volmacht wordt gegeven. Zie B.B. van der Burgh, Algemene Bankvoorwaarden: een geslaagde verjongingskuur, FIP 2010, p. 14.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372bacc72fa86870408e99f0365eefd4b7d07c13a94201cd409723f1cd3b3717. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372bacc72fa86870408e99f0365eefd4b7d07c13a94201cd409723f1cd3b3717, en de alinea staat in dat document op bytes 113582 tot 114558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/372bacc72fa86870408e99f0365eefd4b7d07c13a94201cd409723f1cd3b3717 | shasum -a 256