Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT7095.
7. Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een raadsman te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. Of aan een vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt, staat ter beoordeling van de rechter. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet op grond van de 'Salduz'-rechtspraak van het EHRM worden aangenomen dat in geval van een vormverzuim waarvan hier sprake is, een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Daarom zal het hiervoor omschreven vormverzuim in de regel dienen te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db4909ff45cd296687a5c6dc692f4d374ba92f8a12734710875981b9fa551fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db4909ff45cd296687a5c6dc692f4d374ba92f8a12734710875981b9fa551fd, en de alinea staat in dat document op bytes 12666 tot 13575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1db4909ff45cd296687a5c6dc692f4d374ba92f8a12734710875981b9fa551fd | shasum -a 256