Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT8413.

Ook uit het vervolg van het bestreden vonnis blijkt niet dat het Hof de ruimere uitleg van de subsidiaire vordering door het Gerecht heeft omarmd. Weliswaar heeft het Hof in rov. 4.3 gesproken van "mededelingen die door of namens het Bestuurscollege zijn gedaan ten aanzien van de onderhavige beperking" en is met die beperking kennelijk de beperking van het eigendomsrecht van De Goede Hoop zoals vervat in art. 3 sub b van het verkavelingsplan bedoeld, maar daaruit blijkt niet dat het naar het oordeel van het Hof in het geschil voor zover dat nog aan de orde was, (mede) om vergoeding van schade als gevolg van die beperking zou gaan. In rov. 4.3 gaat het om het standpunt van De Goede Hoop "dat het ervoor gehouden moet worden dat er wel een Besluit ham is in de zin van art. 39 eerste lid Eroc omdat het Eilandgebied en zijn ambtenaren in elk geval tot de dag van de indiening van het dit geding inleidend verzoekschrift hebben gehandeld alsof dit Besluit was geslagen". Kennelijk heeft het Hof dit standpunt in verband gebracht met het al dan niet bestaande vooruitzicht van een grondtransactie met het Eilandgebied en met de schade als gevolg van het uitblijven van medewerking van het Eilandgebied aan die transactie, van welke schade De Goede Hoop (die primair had gevorderd dat het Eilandgebied de grond alsnog zou afnemen) subsidiair vergoeding vordert. In dit verband is opmerkelijk dat het Hof de bedoelde mededelingen "ten aanzien van de onderhavige beperking" irrelevant heeft geoordeeld, omdat die mededelingen waren gedaan door of namens het Bestuurscollege, terwijl de Eilandsraad bevoegd was. Met die laatste bevoegdheid kan het Hof slechts op de bevoegdheid tot het aangaan van de grondtransactie hebben gedoeld, omdat ten aanzien van de bedoelde beperking (en ook ten aanzien van het slaan van een Besluit ham) het Bestuurscollege wel degelijk bevoegdheid toekwam. Ook met de vermelding aan het slot van rov. 4.3 dat "De Goede Hoop nog steeds de betreffende grond bezit en deze kan verkopen" lijkt het Hof veeleer te hebben gerefereerd aan de gevolgen van het niet doorgaan van de grondtransactie met het Eilandgebied dan aan de gevolgen van het feit dat De Goede Hoop door de beweerde gelding van de beperking van haar eigendomsrecht gedurende (te) lange tijd van (profijtelijke) transacties met derden zou zijn afgehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc, en de alinea staat in dat document op bytes 37490 tot 39849.