Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT8413.

4.23 Bij de beoordeling van de klacht van het subonderdeel, hiervóór onder 4.22 in de eerste alinea weergegeven, stel ik voorop dat het Hof niet heeft geoordeeld dat aansprakelijkheid van het Eilandgebied reeds is uitgesloten vanwege de omstandigheid dat het handelen van het Eilandgebied (en zijn ambtenaren) op een vergissing berustte en het Eilandgebied rechtens niet in die vergissing behoefde te volharden. Het Hof heeft eerst aan het slot van rov. 4.3 geconcludeerd dat er voor schadevergoeding geen plaats is, na óók te hebben onderzocht of De Goede Hoop zich op het vertrouwensbeginsel kon beroepen, na voorts in aanmerking te hebben genomen dat gesteld noch gebleken is dat De Goede Hoop als onmiddellijk betrokkene ooit het krachtens art. 39 lid 2 Eroc bedoelde gewaarmerkte exemplaar van het Besluit ham (c.q. het verkavelingsplan) heeft ontvangen en na ten slotte te hebben gereleveerd dat De Goede Hoop de desbetreffende grond nog steeds bezit en deze kan verkopen. Voor zover de klacht van een andere lezing van het bestreden vonnis uitgaat, mist zij feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc, en de alinea staat in dat document op bytes 72603 tot 73706.