Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Alinea 170 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT8413.

Subonderdeel 2.5 klaagt dat, indien aangenomen zou moeten worden dat niet het Bestuurscollege, maar de Eilandsraad bevoegd is ter zake van de onderhavige beperking, het Hof heeft miskend dat uit die enkele omstandigheid niet volgt dat het beroep van De Goede Hoop op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen. Het vertrouwensbeginsel kan immers, afhankelijk van de andere feiten en omstandigheden van het geval, wel degelijk - ook naar Antilliaans recht - meebrengen dat mededelingen die door of namens het Bestuurscollege zijn gedaan ten aanzien van de onderhavige beperking het Eilandgebied binden, ook al was niet het Bestuurscollege, maar de Eilandsraad ter zake bevoegd. Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen waaronder de onjuiste veronderstelling van een justitiabele dat een overheidsorgaan ten aanzien van de desbetreffende materie bevoegd is de overheid te binden, voor rekening van de overheid dient te komen, in welk verband het subonderdeel verwijst naar HR 27 november 1992 (Felix/Aruba), LJN: ZB1223, NJ 1993, 287, m.nt. PvS. Daarbij valt volgens het subonderdeel niet alleen te denken aan het geval dat de onjuiste veronderstelling is gewekt door een gedraging van het wel bevoegde overheidsorgaan, maar ook aan factoren als: de positie die de handelende overheidsfunctionaris (het handelende overheidsorgaan) binnen de organisatie van de overheid inneemt en diens gedragingen, de omstandigheid dat die organisatie en/of de verdeling van de bevoegdheden over de verschillende organen van de overheid, als gevolg van onduidelijkheid, onoverzichtelijkheid of ontoegankelijkheid van de desbetreffende regelingen, voor buitenstaanders ondoorzichtig zijn, alsmede eventuele nalatigheid aan de zijde van de overheid om de justitiabele tijdig op de onbevoegdheid van de functionaris (het handelende overheidsorgaan) opmerkzaam te maken. Voor de hiervoor bedoelde binding van het Eilandgebied op grond van het vertrouwensbeginsel is, nog steeds volgens het subonderdeel, temeer plaats indien (i) degene bij wie het vertrouwen is gewekt, zoals in casu De Goede Hoop, op grond van het gewekte vertrouwen heeft "gedisponeerd" (dingen heeft gedaan die zij anders niet, of op een andere wijze zou hebben gedaan), in casu de strook grond destijds niet heeft (mee)verkocht aan Aredco of andere geïnteresseerden, maar jarenlang heeft gereserveerd voor overdracht aan het Eilandgebied, en (ii) honorering van het gewekte vertrouwen, zoals in casu, geen onaanvaardbare consequenties heeft voor derden of het algemeen belang. Het subonderdeel concludeert dat het Hof dit alles heeft miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba102c7706e1297f543424075f462cd8fa0708d2dc10bc59f86678685f419bc, en de alinea staat in dat document op bytes 82213 tot 84820.