Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT8464.
2.1. Ter inleiding valt het volgende op te merken. Art. 8:21 BW bepaalt voor goederenvervoer in het algemeen dat de vervoerder verplicht is de ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af te leveren en wel in de staat waarin hij hen heeft ontvangen. Art. 8:1095 BW herhaalt deze verplichting voor de wegvervoerder. Deze verplichting van een vervoerder pleegt niet als een inspanningsverplichting te worden beschouwd, maar als een resultaatsverplichting(6). Wanneer de vervoerder de zaken niet ter bestemming aflevert is hij verplicht tot schadevergoeding tenzij hij zich kan beroepen op een wettelijke(7) of op een overeengekomen grond voor uitsluiting van aansprakelijkheid. Deze aansprakelijkheid van de wegvervoerder neemt een aanvang zodra hij de te vervoeren zaken in ontvangst neemt. Zij eindigt op het tijdstip van de aflevering van de goederen(8). De regeling in Boek 8 BW is geïnspireerd door die in het CMR. Dat de formulering van art. 8:1095 BW afwijkt van art. 17 lid 1 CMR(9), vindt zijn oorzaak hierin dat de wetgever heeft willen benadrukken dat ook de aflevering van de zaken aan een ander dan de geadresseerde een tekortkoming van de vervoerder inhoudt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cd1cf4c0106466771ca8ec9c1240fdf742ff7a8776d7b80b6a9dc71bc0d40a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cd1cf4c0106466771ca8ec9c1240fdf742ff7a8776d7b80b6a9dc71bc0d40a4, en de alinea staat in dat document op bytes 13415 tot 14601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cd1cf4c0106466771ca8ec9c1240fdf742ff7a8776d7b80b6a9dc71bc0d40a4 | shasum -a 256