Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2024.

3.8. De steller van het middel voert voorts aan dat het hof bij zijn oordeelsvorming de bedoelingen van de verdachte in ogenschouw had moeten nemen. Het (uitdrukkelijk onderbouwde) standpunt van de verdediging dat de bedoelingen van de verdachte niet ontuchtig zijn geweest, behoeft naar het oordeel van de steller van het middel uitdrukkelijke weerlegging. Die zou ontbreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2bac156ea5ebf92d7079c8bec4ddce86b8789eab36d399c55074c0dbed9e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fc2bac156ea5ebf92d7079c8bec4ddce86b8789eab36d399c55074c0dbed9e8, en de alinea staat in dat document op bytes 24394 tot 24783.