Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2024.
3.10. Ik meen inderdaad dat de gedragingen van de verdachte objectief bezien een seksuele strekking hebben, zodat een uitdrukkelijke weerlegging van het in toelichting op het middel bedoelde standpunt überhaupt niet nodig was. Juist omdat op dit punt wellicht ruimte is voor enige aarzeling, acht ik bovendien niet zonder betekenis dat het hof in de opsomming van de bewijsmiddelen geen expliciet onderscheid heeft gemaakt tussen enerzijds de feiten die onder 1 en 2 zijn bewezenverklaard en anderzijds het feit onder 3. Ik begrijp dat het hof ook ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 1 en 2 heeft willen wijzen op het aantreffen van films bevattende kinderporno op de computer van de verdachte, waarvan één onder de m.i. veelzeggende titel: '[naam]'.(7) Dat het hof heeft aangenomen dat de intenties van de verdachte niet louter educatief van aard waren, is in dit licht bezien niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2bac156ea5ebf92d7079c8bec4ddce86b8789eab36d399c55074c0dbed9e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fc2bac156ea5ebf92d7079c8bec4ddce86b8789eab36d399c55074c0dbed9e8, en de alinea staat in dat document op bytes 25426 tot 26348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2bac156ea5ebf92d7079c8bec4ddce86b8789eab36d399c55074c0dbed9e8 | shasum -a 256