Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046.

13.2. Daarbij verdient opmerking dat een recht van beklag over de kennisneming en het gebruik van tijdens het vooronderzoek verkregen informatie een vreemde eend is in de bijt van de rechtsbescherming. Tijdens het opsporingsonderzoek vergaart de politie een berg (soms zeer privacygevoelige) informatie over de direct of indirect bij het strafbare feit betrokken personen. Die informatie kan op zeer uiteenlopende wijze zijn vergaard, door eigen waarneming (observatie), door het horen van getuigen, door de ontvangst van vrijwillig verstrekte brieven en andere geschriften, door de inbeslagneming van dergelijke gegevensdragers, door de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden zoals het afluisteren van de telefoon en het onderscheppen van e-mails. In al deze gevallen kunnen de personen op wie de informatie betrekking heeft, niet over het gebruik ervan klagen. Alleen de verdachte heeft soms een been om op te staan, maar dan alleen in het kader van zijn berechting. Dan kan hij tegen het gebruik van bepaald bewijsmateriaal op voet van art. 359a Sv klagen. De vraag is waarom van dit stelsel van rechtsbescherming zou moeten worden afgeweken als het gaat om gegevens die zijn verkregen door middel van de in art. 552a Sv bedoelde bevoegdheden. Wat voor verschil maakt de wijze van informatievergaring? Als een meisje haar dagboek ten behoeve van het opsporingsonderzoek vrijwillig aan de politie ter beschikking stelt, kan geen van de daarin beschreven personen zich daarover beklagen. En het meisje kan niet klagen over het gebruik dat in het strafproces wordt gemaakt van de aan haar dagboek ontleende informatie. Datzelfde geldt als de politie dat dagboek met gebruik van een inbeslagnemingsbevoegdheid in beslag neemt. Anders wordt het als de OvJ op grond van art. 126nd Sv vordert dat het meisje gegevens uit haar dagboek verstrekt. Dan kan het meisje wel klagen over het gebruik van de verstrekte gegevens. Ook de personen op wie die gegevens betrekking hebben, lijken dat te kunnen doen. Hetzelfde geldt als het meisje van deze tijd is en geen dagboek , maar een weblog bijhoudt. Als de politie bij een doorzoeking gegevens van die weblog vastlegt, staat beklag tegen het gebruik van die gegevens wel open. Wat maakt deze rechtsbescherming zo - om met de Tweede nota van wijziging (26671, nr. 7) te spreken - "vanzelfsprekend"?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107, en de alinea staat in dat document op bytes 76124 tot 78480.