Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046.

13.9. Welnu, een door de beklagrechter gelaste bewijsuitsluiting past niet in ons stelsel van strafvordering. Het is daarin de zittingsrechter die, na kennisneming van het onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, op basis van art. 359a Sv beoordeelt of het verzuim van dien aard is dat tot bewijsuitsluiting moet worden overgegaan. Daarvoor is bijvoorbeeld geen reden als niet jegens de verdachte onrechtmatig is opgetreden. Het zou vreemd zijn als een verdachte via de beklagprocedure zou kunnen bewerkstelligen wat hem door de zittingsrechter niet kan worden gegund. Aan dat bezwaar zou misschien tegemoet gekomen kunnen worden door aan te nemen dat de beklagrechter, bij de vraag wat de "daarmede overeenkomende last" is, de criteria van art. 359a Sv moet hanteren. Daarmee is de spanning met het bestaande stelsel echter maar ten dele opgelost. Met het summiere karakter van de beklagprocedure is moeilijk te verenigen dat de beklagrechter op de stoel van de zittingsrechter plaats neemt en een oordeel velt dat slechts op basis van een grondige bestudering van het dossier (dat in de beklagfase ook nog niet compleet hoeft te zijn) genomen kan worden. Bovendien past toetsing aan de criteria van art. 359a Sv slecht bij een beklag dat door een ander dan de verdachte wordt gedaan. Bij een dergelijk beklag zou het niet moeten gaan om de vraag of de verdachte in zijn belangen is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107, en de alinea staat in dat document op bytes 85895 tot 87300.