Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046.

13.12. Het voorgaande betekent dat de oplossing die de minister van Justitie bij de behandeling van het wetsvoorstel Computercriminaliteit voor ogen lijkt te hebben gezweefd - namelijk dat de beklagprocedure afgerond moet zijn voordat de bewijsvoering ter zitting aanvangt (hiervoor, punt 10.4) - niet alleen niet practicabel is, maar ook om principiële redenen moet worden afgewezen. Bewijsuitsluiting vóór de terechtzitting past niet in het stelsel van strafvordering. Hetzelfde geldt voor de verwijdering van gegevens uit het dossier of voor het verbod relevante gegevens aan het dossier toe te voegen. Het is de vraag of het überhaupt wel bij de positie van de beklagrechter past om de zittingsrechter iets (het gebruik van bepaald bewijsmateriaal) te verbieden of hem bij zijn onderzoek naar de materiële waarheid voor de voeten te lopen door de verwijdering van informatie uit het dossier te gelasten. Het lijkt mij dat er alle reden is om vast te houden aan de gedachte dat de beklagrechter alleen het OM - en dus in elk geval niet de zittingsrechter of de verdediging - iets kan gelasten (hiervoor, punt 8.7).(55) Die last mag de bevoegdheden van het OM daarbij niet te buiten gaan en evenmin in strijd zijn met de verplichtingen die op het OM rusten. Daarom is noch voor een last tot verwijdering van gegevens uit het dossier, noch voor een verbod relevante gegevens aan het dossier toe te voegen, plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107, en de alinea staat in dat document op bytes 89601 tot 91033.