Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046.

14.7. Naar aanleiding van het middel werp ik nog de vraag op of het Hof zijn oordeel dat het beklag afstuit op het feit dat de gegevens deel uitmaken van het procesdossier, terecht heeft vertaald in de niet-ontvankelijkheid van klaagster in haar beklag (en dus niet in een afwijzing van het beklag). Ik ben geneigd het Hof gelijk te geven. Het Hof heeft het klaagschrift kennelijk en niet onbegrijpelijk zo verstaan dat de verlangde vernietiging was gebaseerd op de onrechtmatige inbeslagneming van de computers en daarmee op de onrechtmatige kennisneming van de in die computers opgeslagen gegevens. De vraag is wat, als het Hof de kennisneming inderdaad onrechtmatig had geoordeeld, de daarmede overeenkomende last had moeten zijn. Wat klaagster verlangde - de verwijdering van de gegevens uit het dossier -, kon het Hof niet bevelen. En voor enkel een declaratoire uitspraak over de rechtmatigheid van de kennisneming is als gezegd in de beklagprocedure geen plaats. Het beklag was derhalve niet gericht op iets wat daarmee kan worden bereikt.(59) Van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv was met andere woorden geen sprake. Dat moet leiden tot niet-ontvankelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107, en de alinea staat in dat document op bytes 100807 tot 101992.