Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046.
10.2. Tot de flankerende waarborgen behoorde ook het bepaalde in de artt. 125m lid 3 en 125n Sv. Art. 125 lid 3 Sv schreef voor dat aan de beheerder van het geautomatiseerde werk een opgave wordt gedaan van de vergaarde gegevens.(25) Die verplichting gold zowel ten aanzien van gegevens die met toepassing van de bevoegdheden van art. 125i en 125j waren verkregen als voor gegevens die tijdens een "klassieke huiszoeking" waren vastgelegd. In de MvT had de minister zich nog op het standpunt gesteld dat de afgifte van een "bewijs van ontvangst" niet behoefde te worden voorgeschreven, omdat de vergaring van gegevens nu eenmaal iets anders is dan de inbeslagneming van voorwerpen, waarbij ook de eigendomsvraag speelde.(26) Kritische opmerkingen in het Voorlopig verslag deden de minister van gedachten veranderen.(27) Hij schreef in de Memorie van antwoord (p. 23):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107, en de alinea staat in dat document op bytes 42468 tot 43348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bda1caa281b28185b28844445db0ef66351681f17ce3d25ef1797111dbce107 | shasum -a 256