Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2064.

3.5. Niettemin heeft de Hoge Raad bij uitspraak van 18 april 2000(1) de toets van artikel 6 EVRM die de politierechter te Assen in een Wots-procedure had aangelegd geaccordeerd in zodanige bewoordingen dat hieruit moet worden afgeleid dat de Wots-procedure naar het oordeel van de Hoge Raad rechtstreeks dient te beantwoorden aan de maatstaven van artikel 6, eerste lid EVRM. In die zaak had de politierechter geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden wegens de duur van de periode die was aangevangen met de betekening van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging (van een Deens vonnis) als voorzien in artikel 18, eerste lid Wots. Opmerking verdient dat de verdediging in die zaak had bepleit dat in dit verband de gehele periode vanaf het plegen van het strafbare feit, alsook de periode van teruglevering ("de Deense periode") in aanmerking moest worden genomen. Van dat standpunt week de politierechter dus af, met instemming van de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04cd3a32b833b4db2f1345ac060e9bf5da5dba160b9fb22767d92dfc01195fa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04cd3a32b833b4db2f1345ac060e9bf5da5dba160b9fb22767d92dfc01195fa8, en de alinea staat in dat document op bytes 9115 tot 10109.