Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3160.

2.30 De vraag is dan of de bewijsopdracht, die ten nadele van [verweerder] c.s. als geïntimeerden was(39), nog onderhevig kon zijn aan de positieve zijde van de devolutieve werking en of er derhalve nog plaats was voor ambtshalve onderzoek door de appelrechter. Het hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord en zich daarbij wellicht laten leiden door de overweging van de Hoge Raad in het arrest Utimaco onder 3.5 (ii) dat "uit het enkele feit dat D&R Software niet ook in zoverre een incidentele grief tegen het bestreden vonnis had gericht, immers niet [mag] worden afgeleid dat zij zich neerlegde bij het oordeel van de rechtbank over de verdeling van de bewijslast, omdat dit oordeel - (...) - niet in het dictum van het door de rechtbank gewezen eindvonnis tot een voor haar nadelige beslissing heeft geleid".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3, en de alinea staat in dat document op bytes 44017 tot 44851.