Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3160.

1.5 Nadat de rechtbank partijen in de gelegenheid had gesteld tot bewijslevering, heeft zij in haar tussenvonnis van 26 oktober 2005 overwogen dat [verweerder] c.s. waren geslaagd in het bewijs dat de brief van 21 december 1992 aan [eiseres] was voorgelegd en met haar was besproken, alsmede dat [verweerder] c.s. het resultaat vervolgens aan Amev hebben meegedeeld (rov. 28), zodat het verweer van [verweerder] c.s. slaagt en de vordering van [eiseres] op [verweerder] c.s. derhalve bij eindvonnis zal worden afgewezen (rov. 29). Vervolgens heeft de rechtbank bij eindvonnis van 19 april 2006 in het geding tussen partijen de vordering van [eiseres] afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3, en de alinea staat in dat document op bytes 7881 tot 8556.