Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3160.

2.8 In zijn noot (onder 3) wijst Snijders op de vaste rechtspraak over de positieve zijde van de devolutieve werking van het appel(12) waarmee hij het arrest Gouda/[A] in lijn acht: Gouda was in het dictum van het vonnis van de rechtbank volledig in het gelijk gesteld; pas door de gegrondbevinding van de grief van [A] kreeg Gouda alsnog belang bij bezwaren tegen de beslissing van de rechtbank over de bewijslastverdeling; dergelijke bezwaren dient het hof ambtshalve te onderzoeken, aangenomen dat de geïntimeerde haar desbetreffende stellingen en weren in hoger beroep niet heeft prijsgegeven. Zelfs al zou Gouda in eerste aanleg niet uitdrukkelijk iets over de bewijslastverdeling hebben aangevoerd, dan nog had het hof deze volgens Snijders(13) ambtshalve kunnen onderzoeken, ervan uitgaande dat Gouda geacht kan worden een voor haar zo gunstig mogelijke bewijspositie te wensen en in die zin impliciet een standpunt te hebben bepaald. Ook dan gaat het om een vraag binnen de (door de positieve zijde van de devolutieve werking verruimde) rechtsstrijd van partijen, die zonodig met ambtshalve aanvulling van rechtsgronden beantwoord dient te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3, en de alinea staat in dat document op bytes 20749 tot 21918.