Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3160.

"3.7 Met het oog op de beoordeling van het bewijs na verwijzing wordt het volgende aangetekend. De rechter naar wie het geding wordt verwezen, zal toepassing hebben te geven aan de regel dat, indien een partij (de latere geïntimeerde) door de rechtbank met het bewijs van haar stellingen is belast en de rechtbank haar in dit bewijs geslaagd heeft geacht, maar het hof naar aanleiding van een daartoe strekkende grief van de wederpartij tot een ander oordeel is gekomen over de waardering van het bijgebrachte bewijs, het hof ook zonder debat in hoger beroep tussen partijen over de verdeling van de bewijslast, de juistheid van die beslissing opnieuw dient te bezien (HR 11 juni 2004, nr. C03/025, NJ 2005/282). In dat kader dient de verwijzingsrechter tevens alsnog te onderzoeken of, zoals de kantonrechter heeft geoordeeld, de door [D] (...) aan haar vordering ten grondslag gelegde geldlening vaststaat behoudens het aan [C] opgedragen tegenbewijs, te meer nu de kantonrechter dat oordeel niet van enige motivering heeft voorzien en een dergelijk oordeel niet zonder meer voor de hand ligt wanneer in aanmerking wordt genomen dat op [D](...), gelet op de hoofdregel van bewijslastverdeling in art. 150 Rv, de bewijslast, in de zin van bewijsrisico, rust ten aanzien van de feitelijke grondslag van haar vordering."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e02458a95bea2a4934356bbb6840af7c77e01eda6e1bc02d815dd8a1be9ae6f3, en de alinea staat in dat document op bytes 36451 tot 37784.