Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.

6. Zonder acht te slaan op de kenmerken van deze zaak is niet goed begrijpelijk dat het Hof, het vonnis van de Rechtbank bevestigend, tot het oordeel komt dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Alvorens in te gaan op de door het middel aangevochten beslissing, vind ik het daarom gepast te wijzen op enkele bijzondere kenmerken van deze zaak. De tenlastelegging betreft zedendelicten (art. 244, 247 Sr), gepleegd in de jaren 1992 tot in 1994, ten opzichte van een meisje in de leeftijdsfase van vier tot zeven jaar. Verdachte was in die periode dertien tot vijftien jaar oud. Van de feiten is aangifte gedaan op 22 mei 2007. Aangeefster was toen twintig jaar oud, verdachte achtentwintig. Verdachte is voor het eerst gehoord op 25 oktober 2007. Op 13 februari 2009 is hij gedagvaard tegen de zitting van 10 maart 2009.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 8142 tot 9021.