Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.
7. Als een persoon van het plegen van misdrijven wordt verdacht, gepleegd in de leeftijd jonger dan zestien jaar, geldt dat de verjaringstermijn de helft korter is dan bij volwassenen (art. 77d, eerste lid, Sr). In dat geval is echter de toepasselijke regeling voor de aanvang van de verjaringstermijn bij zedendelicten (art. 242 t/m 250 Sr) onveranderd (art. 71 Sr). De verjaringstermijn begint te lopen op de dag nadat aangeefster de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Die regeling is zo komen te luiden vanuit de ratio kindslachtoffers niet de dupe te laten worden van door de familie beschermde daders, waartoe ook bijv. minderjarige broers kunnen behoren. Zo wordt voorkomen dat de verjaring van seksuele misdrijven in afhankelijkheidsrelaties, vooral incest, ten koste van het slachtoffer plaatsvindt in een fase waarin vanwege de afhankelijkheidsrelatie(s) voor het slachtoffer mogelijk niet de redelijke vrijheid bestaat om aangifte te kunnen doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 9041 tot 10019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d | shasum -a 256