Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 134 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.
In het uiterste geval, wanneer een aangever ook na uiteenzetting van de dringende redenen, niet instemt met het maken van een bandopname, kan het opnemen van een proces-verbaal van aangifte niet geweigerd worden. De aangever wordt op de hoogte gebracht van mogelijke negatieve consequenties van het ontbreken van een bandopname van het aangifteverhoor. Tevens wordt er aantekening van gemaakt in het proces-verbaal van aangifte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 39997 tot 40438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d | shasum -a 256