Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.
18. Rechtbank en Hof stellen vast dat, op grond van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksuele misdrijven, met het oog op zich voordoende aspecten van hervonden herinneringen in de aangifte, consultatie van de LEBZ verplicht was, voorafgaande aan een aanhouding van de verdachte. Hoewel dat niet nadrukkelijk is gesteld gaan het Hof en de Rechtbank er kennelijk vanuit dat de Aanwijzing, ten minste op onderdelen, recht in de zin van art. 79 RO bevat. In dit verband is van belang dat het niet consulteren van de LEBZ als niet naleving van de Aanwijzing wordt aangeduid en derhalve als vormverzuim. Voor de trage voortgang in het onderzoek wordt niet naar de normering in de Aanwijzing verwezen, maar wordt kennelijk geoordeeld op grond van het recht op een vervolging en berechting binnen een redelijke termijn (art. 6 EVRM).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 44774 tot 45624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d | shasum -a 256