Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.
21. Geldt dat ook voor de in de Aanwijzing vermelde normering waarbinnen de vervolgingsbeslissing moet worden genomen na binnenkomst van het proces-verbaal op het parket? Dat een richtlijn of aanwijzing op bepaalde onderdelen wel, en op andere onderdelen eventueel niet, als recht in de zin van art. 79 RO kan worden aangemerkt, is mogelijk, zoals blijkt uit HR 5 oktober 2010, LJN BN2325. De Hoge Raad oordeelt daarin dat de regeling van doorlooptijden die is opgenomen in de 'Aanwijzing effectieve afdoening strafzaken jeugdigen' (Stcrt. 2005, 66) een onderdeel van de Aanwijzing betreft, dat zich naar inhoud en strekking niet ertoe leent jegens de verdachte als rechtsregel te worden toegepast.(12) Overeenkomstig dat oordeel, meen ik dat de in de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksuele misdrijven vermelde tijd, waarbinnen na binnenkomst van het proces-verbaal ten parkette een vervolgingsbeslissing moet worden genomen, het karakter heeft van een streefnorm waaraan de verdachte geen zelfstandig recht kan ontlenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 47736 tot 48783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d | shasum -a 256