Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.
Het is geen eenduidig verhaal. Een bandopname is in dit soort zaken, waarbij het om kinderen gaat juist van belang. Wanneer er een bandopname was geweest hadden we de interactie kunnen zien en horen tussen het slachtoffer en de rechercheurs. Dan hadden we ook kunnen horen hoe het verhoor is verlopen met betrekking tot de therapeut en de hervonden herinneringen. Verder is niet bekend waarom er zoveel tijd heeft gezeten tussen het binnenkomen van het proces-verbaal en de uiteindelijke behandeling op de zitting. Al deze aspecten bij elkaar opgeteld dienen te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 22899 tot 23536.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d | shasum -a 256