Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3452.

3. Het middel behelst dat het oordeel van het Hof dat het niet voldoen aan de in de 'Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik' voor het onderhavige geval voorgeschreven plicht om de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (hierna: LEBZ) te consulteren geen vormverzuim oplevert als bedoeld in art. 359a Sv, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt en/of dat 's Hofs oordeel dat dit in het onderhavige geval moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging onbegrijpelijk is, althans onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd11344a8a02bb9430516618c051206e40f89fd328400a28698a11a774c2076d, en de alinea staat in dat document op bytes 5705 tot 6292.