Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3474.

Mijns inziens heeft het hof zich niet, anders dan - gelet op de inhoud - heeft te gelden voor voornoemde verklaring van aangeefster(3), met deze argumentatie kunnen beroepen op voornoemde verklaring van de verdachte. De verklaring van de verdachte waarnaar het hof verwijst, houdt, kort gezegd, in dat de voet van verdachte klem is komen te zitten, doordat aangeefster de deur dicht deed. Verdachte heeft aangeefster een duw tegen haar schouder gegeven, waardoor zij uit balans is geraakt en verdachte zijn voet heeft kunnen weghalen. Vervolgens heeft aangeefster verdachte bij zijn keel gegrepen, waarop verdachte aangeefster heeft weggeduwd. Deze verklaring ondersteunt de lezing van de verdachte dat de aangeefster tijdens het dichtduwen van de deur de verdachte naar de keel heeft gegrepen en aldus is het onbegrijpelijk dat het hof naar deze verklaring (in zijn geheel) heeft verwezen ter onderbouwing van zijn oordeel dat het de lezing van verdachte niet geloofwaardig acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184ea83ecb11149a93ae77c2736c9cf7950305a84559166a9ea6cca52b8b3ab6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184ea83ecb11149a93ae77c2736c9cf7950305a84559166a9ea6cca52b8b3ab6, en de alinea staat in dat document op bytes 16237 tot 17230.