Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3486.

3.6. Voor zover het middel voorts klaagt over 's Hofs oordeel dat de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig is, geldt dat het aan de feitenrechter is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene voor het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft in beginsel geen motivering en kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/589d7e5eb275ea2efb9ce76af26e2a0d13db97dd099043b395bef97ca47d4ade. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 589d7e5eb275ea2efb9ce76af26e2a0d13db97dd099043b395bef97ca47d4ade, en de alinea staat in dat document op bytes 17184 tot 17723.