Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3784.

8. Aldus betoogt het middel naar de kern genomen dat het hof met zijn oordeel dat de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW ten aanzien van de regresvordering van art. 6:10 BW pas begint te lopen wanneer deze vordering opeisbaar wordt (door betaling van meer dan het eigen interne aandeel in de schuld aan de schuldeiser) heeft miskend dat onder het verjaringsregime van art. 3:310 BW opeisbaarheid geen noodzakelijke voorwaarde is voor het kunnen aanvangen van de korte verjaringstermijn nu de verjaring begint te lopen vanaf het moment dat de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is en - daarmee - daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen, waarvoor opeisbaarheid niet zonder meer noodzakelijk of beslissend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c5e4e35ddc4fb5980a8fac3f4a3e19a0ccc1da2b9a60fe30a6249a2e5e40a3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c5e4e35ddc4fb5980a8fac3f4a3e19a0ccc1da2b9a60fe30a6249a2e5e40a3d, en de alinea staat in dat document op bytes 23064 tot 23890.