Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3784.

18. Volledigheidshalve merk ik op dat Uw Raad in het recente arrest HR 24 juni 2011, LJN BQ2312, RvdW 2011/802 oordeelde (rov. 3.4.2): "Het hof heeft - in cassatie terecht niet bestreden - vooropgesteld dat voor het bekend zijn van de schade niet is vereist dat de precieze omvang daarvan vaststaat, maar dat voldoende is dat de mogelijkheid van schade is komen vast te staan." Tegen de achtergrond van de desbetreffende rechtsoverweging van het hof, de conclusie van A-G Spier (4.46.1) en het eerste zinsdeel van deze rechtsoverweging ga ik ervan uit dat uw Raad met het laatste zinsdeel in deze rechtsoverweging doelde op de bekendheid met de mogelijkheid van schade (waartoe een vermoeden ontoereikend, maar absolute zekerheid niet vereist is), en niet op het vereiste van het bestaan van schade (in die zin dat de mogelijkheid van toekomstige schade voldoende zou zijn).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c5e4e35ddc4fb5980a8fac3f4a3e19a0ccc1da2b9a60fe30a6249a2e5e40a3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c5e4e35ddc4fb5980a8fac3f4a3e19a0ccc1da2b9a60fe30a6249a2e5e40a3d, en de alinea staat in dat document op bytes 48052 tot 48939.