Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3987.

7. Gelet op zowel het vonnis in eerste aanleg als het bestreden arrest in hoger beroep getuigt het oordeel van het Hof dat van een voeging in de zin van art. 511g, tweede lid, Sv in verbinding met art. 407, tweede lid, Sv in de onderhavige zaak geen sprake is, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het ook niet onbegrijpelijk. Aan de orde is immers, zoals het Hof terecht heeft overwogen, één door het Openbaar Ministerie in eerste aanleg onder parketnummer 09-754059-01 ingediende ontnemingsvordering, welke vordering bovendien inderdaad de aanleiding vormt tot de ontnemingsbeslissing. Bij die ontnemingsbeslissing heeft de Rechtbank de in de hoofdzaak onder voormeld parketnummer bewezenverklaarde feiten in aanmerking genomen. Volgens de Rechtbank heeft de betrokkene enkel met betrekking tot het strafbare feit bedoeld in 'Zaaksdossier 5 van het ontnemingsrapport' wederrechtelijk verkregen voordeel genoten, welk voordeel door de Rechtbank is geschat en vastgesteld op € 217.814,-. Tegen deze beslissing is namens de betrokkene partieel hoger beroep ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda1f3393244a14a2b49c11994080c81996cb19d5ab9250438d3017bcba005b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda1f3393244a14a2b49c11994080c81996cb19d5ab9250438d3017bcba005b8, en de alinea staat in dat document op bytes 20807 tot 21897.