Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3992.
14. Uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de betrokkene samen met zijn broer [medebetrokkene] in drugs handelde. Ik wijs daartoe vooral op de verklaringen van [medebetrokkene] (zie de bewijsmiddelen 3, 4 en 8), zijn vrouw [betrokkene 3] (bewijsmiddel 10) en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] (bewijsmiddelen 23 en 24). Nu uit deze bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de broers [betrokkene en medebetrokkene] gezamenlijk de handel in drugs dreven, kan worden gezegd dat [getuige 1] de drugs voor beiden verkocht. Aldus zijn de bedoelde verklaringen dat [getuige 1] voor [medebetrokkene] dan wel (ook) voor [betrokkene] werkte niet tegenstrijdig met elkaar. Mitsdien ontbeert het middel feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be03e0b00c6cab75a63e3ececa1fd1864f2b580d092181504d4d7fadc61ab77d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be03e0b00c6cab75a63e3ececa1fd1864f2b580d092181504d4d7fadc61ab77d, en de alinea staat in dat document op bytes 12494 tot 13254.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be03e0b00c6cab75a63e3ececa1fd1864f2b580d092181504d4d7fadc61ab77d | shasum -a 256