Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU4227.

Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2df8ebdb237522050bc89dfedcf89507e4a7727235dc91bec9af884c3787d0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2df8ebdb237522050bc89dfedcf89507e4a7727235dc91bec9af884c3787d0f, en de alinea staat in dat document op bytes 8933 tot 9436.