Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU4227.

6. Gelet op voornoemd arrest van de Hoge Raad had het Hof er blijk van moeten geven te hebben onderzocht (i) of verzoekster is gewezen op haar recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan het eerste politieverhoor en (ii) of haar de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of zij daarvan ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. Nu het Hof dat heeft nagelaten, is de verwerping van het verweer ontoereikend gemotiveerd.(1) Voorts heeft hier (bovenal) te gelden dat een verklaring die tot stand is gekomen in strijd met art. 6 EVRM, niet voor het bewijs kan worden gebruikt indien de verdachte nadien, na raadpleging van een advocaat dan wel met bijstand van een advocaat, een verklaring heeft afgelegd van dezelfde inhoud en/of strekking.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2df8ebdb237522050bc89dfedcf89507e4a7727235dc91bec9af884c3787d0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2df8ebdb237522050bc89dfedcf89507e4a7727235dc91bec9af884c3787d0f, en de alinea staat in dat document op bytes 11025 tot 11808.