Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU4914.

8.8. In de zesde plaats verwijt [verweerder] de bank dat zij niet in zijn belang gehandeld heeft zoals artikel 24 Bte van haar verlangt, en tenslotte, meer in het algemeen, dat zij in haar algemene zorgplicht tekort is geschoten. In beide verwijten staat blijkens de daarop gegeven toelichting centraal dat naar de mening van [verweerder] de bank hem voor de door hem geleden verliezen had dienen te behoeden door hem beter te adviseren en te risicovolle transacties te ontraden of door te weigeren die voor hem uit te voeren of zelfs door de relatie te beëindigen. Dat had de bank met name moeten doen omdat [verweerder] als particulier zonder enige ervaring of opleiding op het gebied van effecten slechts een zeer beperkt inzicht had in de gevolgen van zijn handelen en zijn oordeelsvermogen bovendien door zijn psychische problematiek was aangetast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d135cbb015ed34025c2984d709b49732cf23447b1d6f4588c26ba126b0297470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d135cbb015ed34025c2984d709b49732cf23447b1d6f4588c26ba126b0297470, en de alinea staat in dat document op bytes 14555 tot 15422.