Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2012

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU4969.

3.5 B.E.K. Holding is bij dagvaarding van 6 november 2008 in hoger beroep bij de Ondernemingskamer gekomen van het tussenvonnis en het eindvonnis en heeft daarbij vier grieven voorgesteld. De Ondernemingskamer heeft in het in deze procedure bestreden arrest van 30 maart 2010(2) het tussenvonnis bekrachtigd, geoordeeld dat de grieven I en II falen maar grieven III en IV slagen, het eindvonnis geheel vernietigd en opnieuw recht gedaan. De Ondernemingskamer oordeelde naar aanleiding van grief 3 dat voor de waardering van de aandelen de feitelijke situatie op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de veroordeling tot overdracht als uitgangspunt moet worden genomen en niet - zoals de rechtbank had geoordeeld - een datum zo dicht mogelijk gelegen bij de feitelijke overdracht. Dat de rechter vervolgens rekening kan houden met latere omstandigheden die zich voordoen na de peildatum in het deskundigenbericht, maakt dat niet anders. Naar aanleiding van grief 4 heeft de Ondernemingskamer beslist dat de rechter de uiteindelijke prijs dient te bepalen en dat niet kan overlaten aan de deskundige, zoals de rechtbank had beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cc4328e812c659c96d47982bff826ccde7ceef0a9f4a403dd9b8abda4d9541e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cc4328e812c659c96d47982bff826ccde7ceef0a9f4a403dd9b8abda4d9541e, en de alinea staat in dat document op bytes 23371 tot 24523.