Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5254.

8. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat van het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr ook sprake kan zijn ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Voor de beantwoording van de vraag of er in zo'n geval sprake is van het plegen van ontucht zijn de omstandigheden van het geval beslissend (HR 30 november 2004, LJN AQ0950, NJ 2005, 184 m.nt. Mevis; HR 22 22 maart 2011, LJN BP1379). Voorts geldt dat van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr slechts sprake kan zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft geduld (HR 2 juni 2009, LJN BH5725, NJ 2009, 307(3)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceb54cdac3e341838710e09e5e6d2d4fc939350d42decda5d8ab41c08690bb1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceb54cdac3e341838710e09e5e6d2d4fc939350d42decda5d8ab41c08690bb1d, en de alinea staat in dat document op bytes 12251 tot 13072.