Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5260.

4.8. Deze jurisprudentie onderstreept enerzijds dat het bestaan van een aanmerkelijke kans een objectief vereiste is, maar wijst er anderzijds op dat het bij het bewijs van die objectieve kans niet al te nauw steekt. In het algemeen lijkt voldoende te zijn dat de persoon in kwestie zich in een vertrek bevond waarin de afgevuurde kogel kon doordringen. De verklaring daarvoor lijkt te zijn dat het niet om een precieze kansberekening gaat op basis van alle omstandigheden zoals die zich achteraf gezien in het concrete geval voordeden, maar om een betrekkelijk globaal oordeel waarbij tot op zekere hoogte van de concrete omstandigheden wordt geabstraheerd. Anders is voorwaardelijk opzet nooit te bewijzen als het om een poging gaat. Ingeval van een mislukte poging staat immers achteraf vast dat alle objectieve condities bij elkaar zodanig waren dat het gevolg (net) niet kon intreden en de kans daarop dus objectief gezien nihil was. Een kansberekening ex post is dus alleen zinvol als men bepaalde details buiten beschouwing laat.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fc9f75edb2880c73dd795658aa55162f29a04bf4c96fab31e8f3f46156230dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fc9f75edb2880c73dd795658aa55162f29a04bf4c96fab31e8f3f46156230dd, en de alinea staat in dat document op bytes 22166 tot 23219.