Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5603.

2.13. Ten slotte heeft de man betoogd dat een niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieverzoek disproportioneel is "in het licht van de met dat verzoek voor hem gemoeide belangen"(14). Deze stelling is in het geheel niet toegelicht. De algemene bezwaren van de man tegen de betalingstermijn in de Wet griffierechten burgerlijke zaken stuiten af op art. 11 Wet algemene bepalingen der wetgeving van het Koninkrijk. Het ter onderbouwing aangevoerde argument dat bij de bank iets fout kan gaan of vertraagd kan worden bij het verwerken van een betalingsopdracht, is hier niet ter zake dienend: reeds omdat niet is gesteld dat de man tijdig een betalingsopdracht aan de bank heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ea9a60f25cb808e80ed0ae41c2365d218a0673443b4b5cd562c6bc4219ccf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ea9a60f25cb808e80ed0ae41c2365d218a0673443b4b5cd562c6bc4219ccf1, en de alinea staat in dat document op bytes 17484 tot 18185.