Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5609.
Volgens subonderdeel 1.4 zijn de in rov. 4.5, 1e t/m 3e volzin, genoemde omstandigheden onvoldoende om te concluderen dat overeenstemming is bereikt over alle essentiële verbintenissen. Volgens subonderdeel 1.5 miskent het oordeel in de 2e en 3e volzin, dat de voorwinstbeloning en de winstverdeling als bedoeld in de brief van 12 juli 2004 onvoldoende is om te oordelen dat de tussen partijen ontstane verbintenissen reeds voldoende bepaalbaar waren. In subonderdeel 1.6 wordt (i) aangevoerd dat het hof niet uit deze twee omstandigheden kon afleiden dat Mediq op 12 juli 2004 heeft geweten tot welke samenwerking zij zich verbond en (ii) dat het hof heeft miskend dat Mediq voor de samenwerking een nadrukkelijk voorbehoud heeft gemaakt met betrekking tot de legaliteit van de activiteiten en de effecten ervan voor Mediqs reputatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6c8c13de25559efed69121948f0d1da2d9f2ce2a72c6d56ab9eef0d3916e118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6c8c13de25559efed69121948f0d1da2d9f2ce2a72c6d56ab9eef0d3916e118, en de alinea staat in dat document op bytes 87292 tot 88141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6c8c13de25559efed69121948f0d1da2d9f2ce2a72c6d56ab9eef0d3916e118 | shasum -a 256